-->


HET OUDE ROME - & - ROME VANAF DE MIDDELEEUWEN

Geschiedenis van Rome: De Romein, republiek en bevolking

De Romein

Een Romein in toga
Een Romein in toga

De houding van deze Romein is trots en streng.  Het gezicht is waardig, de plooien van de toga zijn volmaakt gedrapeerd, de gestalte dwingt respect af. Zijn gezicht drukt alle deugden uit die de Romeinen het meest bewonderden: standvastigheid, eerlijkheid en oordeelkundigheid. Hij is consul. De  groeven op zijn gezicht duiden op grootse gebeurtenissen.

Maar zijn dagelijkse problemen verschillen niet zoveel van de onze. Hij klaagt over het drukke stadsleven, kiespijn of de barbier die hem elke dag weer bij het scheren pijnigt, over de vele flats die gebouwd worden.

Hij is de baas over zijn familie, inclusief slaven (pater familias). Eerzuchtig voor zichzelf en zijn kinderen. Hij zorgt voor da (staatszaken), zijn vrouw voor de opvoeding van de kinderen en het huishouden.

Deze zelfde Romein, van oudsher waren de Romeinen boeren, geloofde in "natuurlijke" krachten, waar je niet tegenin moest gaan. Vooral in de huisgoden en de godin van de haard.In zijn huis had hij dan ook een altaar (lararium), waar hij elke morgen offerde.

Ook gelooft  hij heilig in familietradities en de continuïteit van de voorbije generaties en hield er dan ook een hele vooroudergalerij op na.

Hij hoorde tot de oude adel van Rome. Vroeg in de ochtend stond hij op om zijn cliënten te ontvangen, mensen uit kringen die het niet zo ruim hadden. Als deze mensen hun beschermheer (patronus) bezochten, kregen zij van hem wat geld of eten mee.  

S.P.Q.R.  (De senaat en het Romeinse volk)

Deze term gaf aan dat de senaat alleen samen met het volk regeerde; hij was absoluut niet boven het volk verheven. In werkelijkheid dachten vele senatoren daar anders over. In de keizertijd verloor ook de senaat haar invloed en waren zij alleen maar jaknikkers van de keizer. Al heeft Augustus nog wel geprobeerd de schijn op te houden.
-- De senaat was oorspronkelijk een college dat bestond uit de vaders (patres) van de voorname families, de patriciërs van Rome.  Later werden ook (enkele) plebejers (mensen uit het gewone volk) toegelaten. Zijn taak was zo nodig het verklaren van oorlog en ontvangen van gezantschappen uit het buitenland. Uit zijn midden werden ook de gouverneurs van de provincies gekozen.

-- Aanvankelijk werden er jaarlijks 2 consuls gekozen (later werden ze door de keizer benoemd). Tot de keizertijd waren zij de machtigste mannen van Rome. Zij gaven hun naam aan het jaar waarin zij consul waren.  Zij werden bij openbaar optreden vergezeld van 12 lictoren met hun fasces (roedenbundels met of zonder bijlen erin).

-- Volkstribunen, dit ambt was oorspronkelijk bedoeld om het gewone volk te beschermen:  ze konden tegen ieder besluit van een andere ambtenaar hun veto ( ik verbied) uitspreken.

De bevolking van Rome

Rome had in de keizertijd ruim 1 miljoen inwoners. De Romeinen waren van oudsher in 3 groepen verdeeld: senatoren, ridderstand en de derde stand, die alle overige omvatte en daarnaast de slaven die tot het bezit behoorden.. 

-- De senatoren: om senator te kunnen worden moest je minimaal 1.000.000 sestertiën hebben. De rijkdom van deze senatoren kwam vooral uit het bezit van landerijen. Je moest ook naar je stand leven, wat betreft slaven, feestmalen en openbare vrijgevigheid. Zij mochten een toga met purperen zoom dragen.

-- De ridderstand: oorspronkelijk kwam dit voort uit het leger: je moest voldoende geld hebben om je eigen paard en uitrusting te kunnen kopen. Tot deze stand behoorden velen die met handel rijk geworden waren en zich niet met de politiek inlieten. In de keizertijd moest je minimaal 400.000 sestertiën hebben.  Ook zij mochten de toga met purperen rand dragen.

-- De derde stand vormde (slaven niet meegerekend) het grootste deel van de bevolking. De middenstand, onderwijzers, artsen, architecten, ingenieur en jurist. Maar ook kleine pachters, administratief personeel van magistraten en de burgers in het leger. Deze stand werd voortdurend uitgebreid met vrijgelaten slaven.
  • Een groot deel van deze klasse was straatarm. Deze stand met name moest in leven en rustig gehouden met graanuitdelingen en spelen (brood en spelen) en moest het ook hebben van de kleine giften van hun patronus (beschermheer), die ze elke ochtend vroeg met een bezoekje (salutatio) moesten vereren.
-- De slaven: op een bevolking van 1.000.000 waren er wel 200.000 tot 300.000 slaven.  Slaven waren eigendom en hun meesters konden hen kopen, verkopen en straffen of doden. Natuurlijk waren er ook  slechte meesters, maar de meeste meesters waren zuinig op hun slaven en maakten ze na trouwe dienst ook wel vrij en kwamen ze in de derde stand. Dan waren het "vrijgelatenen", vooral in de keizertijd konden zij invloedrijke posities krijgen als ambtenaren aan het keizerlijke hof.

Als getuigen bij processen werden slaven altijd eerst gefolterd, want ze zouden toch wel niet de waarheid spreken.
 
 
Navigatie op de site :

HOME
Roma Antica home
Roma Moderna home
 
Palatinus
Plattegrond Palatinus
 
Geschiedenis van Rome
 
  1. Inleiding
  2. Aeneas
  3. Alba Longa
  4. Stichting van Rome
  5. Koningstijd
  6. Begin Republiek
  7. De Romein
  8. Ontwikkeling Rome
  9. Hoe woonde de Romein?