-->
![]() |
|
![]() |
Navigatie op de site : |
| HOME |
| Roma Antica home |
| Roma Moderna home |
| Palatinus |
| Plattegrond Palatinus |
| Geschiedenis van Rome |
Geschiedenis van Rome: Koningstijd |
|
De koningstijd 753 v.C. 510 v.C.Na een lange en vreedzame regering was Romulus er ineens niet meer. Hij was, zo werd verteld, als de god Quirinus onder de goden opgenomen. Na Romulus werd de Sabijn Numa Pompilius koning. Onder zijn bewind vonden geen oorlogen plaats. Hij zorgde voor een goed en rechtvaardig bestuur. Naast de koning, die alle macht bezat (hoogste priester, rechter, bestuurder en legeraanvoerder), kwam een adviesorgaan voor de koning: de senaat. Hierin zaten alle vaders (patres) van de voorname Romeinse families. De leden van deze families werden dan ook patriciërs genoemd. De mensen van het gewone volk (plebs) noemde men plebejers. n Vele godsdienstige instellingen waren ook aan Numa te danken (hij had hierbij de hulp gehad van de nimf Egeria). Ook zorgde hij voor een nieuwe tijdregeling: hij verdeelde het jaar in 12 maanden en liet het in januari beginnen. Na een zegenrijke regering van 40 jaar stierf Numa. Zijn opvolger, Tullus Hostilus, echter was een energiek en eerzuchtig man, maar ook belust op gebiedsuitbreiding en oorlog. Al gauw waren de Romeinen dan ook in een oorlog gewikkeld, ditmaal met hun moederstad Alba Longa. Aanleiding was een of andere onbenullige diefstal. n Gedurende hun hele bestaan hebben de Romeinen altijd beweerd dat zij nooit zomaar een oorlog begonnen. Zij voerden alleen maar oorlog als ze zelf werden aangevallen of gevaar liepen, als hun bondgenoten of vrienden kwaad werd aangedaan of als een of ander (groot) onrecht niet geduld kon worden. Beide legers trokken elkaar dus tegemoet en stelden zich zoals gebruikelijk tegenover elkaar op. Voordat de strijd begon vroeg de Albaanse aanvoerder om een onderhoud met Tullus. In dit gesprek zei de Albaanse aanvoerder: Koning Tullus, hier staan twee broedervolken tegenover elkaar. Dat is al erg genoeg. Maar erger nog, de lachende derde zullen de Etrusken zijn, dat machtige volk hier vlakbij. Want onze zwakte zal hun sterkte zijn, want wie van ons beide ook wint, zeker is dat wij allebei verzwakt uit de strijd zullen komen. Kunnen wij niet tot een andere oplossing komen?. Koning Tullus moest de aanvoerder wel gelijk geven en in onderling overleg werd een oplossing gevonden. In beide legers bevond zich een drieling. In het Albaanse waren dit de gebroeders Curiatius, in het Romeinse de gebroeders Horatius. Men kwam overeen dat deze beide drielingen elkaar op leven en dood zouden bevechten en dat de laatst overlevende zijn vaderstad de overwinning zou bezorgen. Met een offer werd de afspraak bezegeld. Beide drielingen en beide aanvoerders zwoeren een dure eed en riepen daarbij de goden als getuigen aan dat de bepalingen strikt zouden worden nageleefd. Nu trof men de voorbereidingen voor het gevecht. |
|
![]() De laatste Horatius doodt de laatste Curiatius |
Een rechthoekige ruimte werd afgebakend. Aan de korte zijden stelden zich de drielingen tegenover elkaar op. De beide legers stonden langs de lange zijden om aan te moedigen. Het beginsignaal weerklonk. De beide drietallen liepen op elkaar af. Eerst langzaam en behoedzaam, dan steeds sneller. De aanmoedigingen zwellen aan. De zes mannen waren al spoedig één verwarde kluwen van vechtende lichamen. Een enorme zand- en stofwolk ontstond, zodat alleen degene, die vooraan stonden, het nog goed konden volgen. |
| Want wat had die ene laffe Romein, die nota bene gevlucht was, nou in te brengen tegen drie Curiatiërs? Maar Horatius was niet ver weggevlucht. Op een afstandje stond hij te kijken naar zijn tegenstanders, die nog zwaar hijgend op de plaats stonden waar ze gevochten hadden. De Curiatiërs zetten zich in beweging om hun werk af te maken. Maar daar wachtte Horatius niet op. Onder luid gejoel van beide partijen, vluchtte hij weer weg. In de achtervolging bleek echter dat ook de Curiatiërs niet ongeschonden uit de strijd waren gekomen. Eén sleepte zich met moeite voort, de tweede was er iets beter aan toe, maar alleen de derde kon nog een behoorlijke snelheid ontwikkelen en had Horatius bijna ingehaald. Op dat moment stopte Horatius, draaide zich om en doodde de aanstormende Curiatius. Toen pas begrepen de omstanders de tactiek van Horatius. Toen de tweede vijand bij hem arriveerde was die al zo uitgeput dat Horatius er geen enkele moeite had om hem te doden. De derde vijand was eigenlijk zielig, want die kon zichzelf al nauwelijks meer staande houden en Horatius hoefde alleen maar de doodssteek toe te brengen. De aanvoerder van de Albanen gaf zich en heel Alba Longa over aan Tullus Hostilius. Maar deze was toch ook onder de indruk van de Albanen gekomen en eiste allen maar om in het vervolg samen in goede verstandhouding verder te leven en om beider krachten te bundelen, als het tot een oorlog met de Etrusken kwam. Beide legers keerden huiswaarts, al was het in een heel verschillende stemming. |
|
![]() Horatius heeft net zijn zus gedood |
Voor het triomferende Romeinse leger uit liep Horatius en liet voor iedereen zichtbaar de drie buitgemaakte wapenrustingen van zijn vijanden meedragen. Onder luide toejuichen kwamen ze Rome en gingen naar het Forum. Vlak voordat ze daar kwamen, passeerden ze het huis van de familie Horatius. Daar stonden zijn vader en zus. Het gejuich verstomde, want zijn oude vader had wel een zoon die de held van Rome was nu, maar toch ook twee zoons verloren had. In die stilte was echter duidelijk te horen dat de zus van Horatius in snikken uitbarstte. Zn zus, Horatia, was namelijk verloofd met van de Curatiërs. Toen ze zijn wapenuitrusting zag langs komen, met de wapenrok die zelf voor hem gemaakt had, had ze haar tranen niet meer kunnen bedwingen. |
Horatius, trots als hij was op het feit dat hij Rome de overwinning bezorgd had, werd hierom zo kwaad, dat hij zijn zwaard trok en zijn zus doodstak en haar de woorden toevoegde: Durf jij op zon feestdag voor Rome te huilen om een vijand?. Ontzet deinsde de menigte achteruit, weg was het feestgevoel. Zopas nog een nationale held, stond Horatius nu daar alleen, als moordenaar. Gewapende dienaren van de koning pakten Horatius beet en voerden hem naar het Forum, voor de rechterstoel van koning Tullus. De koning stond voor een groot dilemma. Kon hij deze man, die net Rome had bevrijd en zelfs de koningsmacht vergroot, ter dood veroordelen? Aan de andere kant, als hij dat niet zou doen, zou hij afbreuk doen aan zijn hoge rechterlijke waardigheid. De koning wees daarom twee oude, wijze mannen aan, die het oordeel moesten vellen. Deze mannen verklaarden Horatius schuldig aan moord en veroordeelden hem ter dood. Nu kwam er een oude, grijze man naar voren. Het was de vader van Horatius. Hij vroeg aan de koning of hij, als vader, wat mocht zeggen. Tullus stemde toe. Vader Horatius nam het woord en zei: Koning, laat het Romeinse volk uiteindelijk beslissen of mijn zoon ter dood gebracht moet worden. De koning stemde hiermee in. Vader Horatius vervolgde: Burgers van Rome, van oudsher heeft een vader het recht van leven en dood over zijn eigen kinderen. Als ik gemeend had dat mijn zoon iets verkeerds gedaan had, zou ikzelf hem al terechtgesteld hebben. Heb medelijden met mij. Vanochtend had ik nog drie zoons en een dochter. Nu is hij mijn enige zoon. Heeft hij niet in zijn eentje de vijand verslagen? Wat zullen die wel niet denken als wij de held die hen overwonnen heeft ter dood brengen? Ga uw gang maar! Bestraf de bevrijder van ons vaderland maar met de dood. In tranen had de oude man zijn pleidooi beëindigd. |
|
![]() Resten van de regia (de koninklijke residentie) |
Uit medelijden met de oude vader, maar toch ook een beetje vanwege de verdienste van Horatius sprak het volk hem vrij. Maar zij vonden zijn daad toch te ernstig om ongestraft voorbij te laten gaan. Als straf moest Horatius geblinddoekt en met een strop om zijn nek onder een laag over de weg gespannen zware balk doorkruipen. Deze balk, zusterbalk genoemd en het graf van Horatia waren ook in later tijden nog in Rome te zien. Op deze gebeurtenis gaat een wetsartikel terug uit de tijd na de koningstijd, dat bepaalde dat geen enkele ambtenaar een Romeins burger ter dood mocht (laten) brengen, zonder dat hij de mogelijkheid had gehad een beroep te doen op het volk. |
Nog vele staaltjes van moed en deugd, zowel van mannen als vrouwen volgden. Maar natuurlijk waren er ook enkele wandaden, van mannen en vrouwen, die niet het belang van het vaderland Rome voor ogen hadden, maar hun eigen lust naar macht en rijkdom. Zo komen we dan bij de zevende (en laatste) koning van Rome: Tarquinius Superbus. (Tirannieke). Hij was een Etrusk, evenals zijn twee voorgangers. De laatste eeuwen van de koningstijd, stond Rome namelijk onder Etruskische invloed. |
|
![]() Tullia rijdt met paard en wagen over het lichaam van haar vader |
Deze Tarquinius was op een niet al te frisse manier aan de macht gekomen. Opgestookt door zijn vrouw Tullia, dochter van de vorige koning, die heel graag koningin wilde zijn, had Tarquinius Tullias vader van de troon gestoten, het senaatsgebouw uitgegooid en hem op weg naar huis laten vermoorden. Tullia had haar man als eerste als koning begroet. Dit ging Tarquinius toch te ver en hij stuurde haar van het senaatsgebouw naar huis. Met haar koets ging Tullia naar huis. Vlakbij het paleis, in een smal straatje, zag zij ineens iemand op de weg liggen. Het was het lijk van haar vader. Ze legde de zweep over de paarden en in volle vaart reed ze met koets en al over het lichaam van haar vader, terwijl ze een luide vreugdekreet slaakte. Dit weggetje werd voortaan Misdaadsteeg genoemd en heet ook nu nog zo (vicus Sceleratus). |
| Omdat hij zo met geweld aan de macht was gekomen, moest Tarquinius wel een waar schrikbewind voeren om zich te handhaven. Onder zijn bewind heerste dan ook slechts vrees en haat. Ook bleek Tarquinius over grote militaire bekwaamheden te beschikken. Maar hij was geen ridderlijk en grootmoedig tegenstander. Nee, zijn taktiek was gebaseerd op sluwheid en wreedheid |
|