-->


HET OUDE ROME - & - ROME VANAF DE MIDDELEEUWEN

Navigatie op de site :

HOME
Roma Antica home
Roma Moderna home
 
Palatinus
Plattegrond Palatinus
 
Geschiedenis van Rome
 
  1. Inleiding
  2. Aeneas
  3. Alba Longa
  4. Stichting van Rome
  5. Koningstijd
  6. Begin Republiek
  7. De Romein
  8. Ontwikkeling Rome
  9. Hoe woonde de Romein?
 
 
 
 
 

Geschiedenis van Rome: Stichting van Rome

De stichting van Rome

Zo groeide de tweeling op als herdersjongens. Maar hun koninklijke afkomst verloochende zich niet. Ze werden al gauw als de natuurlijke aanvoerders gezien . Met hun makkers gingen ze dan ook de rovers in de buurt te lijf, die ook niet alles op zich lieten zitten en wraak zochten. Zo kwamen ze in aanraking met hun grootvader Numitor. Het eindigde ermee dat ze Amulius doodden, hun moeder bevrijdden en hun opa weer op de troon zetten. De tweeling zelf besloot om op de plaats waar ze met hun mandje gestrand waren, zelf een stad te stichten. Makkelijker gezegd dan gedaan. Want ook al ben je een tweeling, twee koningen in één stad leidt gegarandeerd tot moeilijkheden. Dus besloten ze de goden te laten beslissen wie de stad mocht stichten en zijn naam eraan geven

Ditmaal besloten ze om niet een orakel te raadplegen, maar de vlucht van vogels. Elk kozen ze een heuvel uit en gingen op de top daarvan staan. Daar bakenden ze in gedachten een stuk van de hemel af en wachtten af . Na een tijdje zag Remus door zijn gebied 6 gieren vliegen. Een teken van de goden!! Dolblij rende hij de heuvel af en die van Romulus op om hem het nieuws te vertellen dat hij, Remus, de stichter van de stad zou worden. Maar op het moment dat hij Romulus het nieuws wilde vertellen, zag Romulus 12 gieren door zijn gebied vliegen. De goden hadden dus Romulus uitverkoren als stichter en naamgever van de stad. Wat een teleurstelling voor Remus.

Palatijn
De opgang naar de Palatijn vanaf het Forum Romanum

Op de heuvel waar hij gestaan had, de Palatijn, begon Romulus met de bouw van zijn stad, Rome. Omdat hij graag wilde dat de bouw van de stad snel ging en omdat hij niet al te veel mensen had, beloofde Romulus aan alle daklozen, struikrovers etc. uit de omgeving asiel en straffeloosheid als ze meehielpen de bouw van Rome te voltooien. Velen kwamen op die oproep af.
Intussen zat het Remus nog steeds niet lekker, dat de goden hem niet hadden uitgekozen. De bouw van de stadsmuur was nog maar net begonnen. Remus kon de uitdaging niet weerstaan: hij nam een aanloopje, sprong over de muur in aanbouw en zei: “moet zo’n muur nu Rome’s vijanden tegenhouden?”. Romulus werd toen zo kwaad dat hij zijn zwaard trok en zijn broer doodstak, met de woorden “ zo zal het iedereen vergaan, die in de toekomst over de muren van Rome komt”. Hiermee werd Romulus de eerste koning van Rome. Stichtingsdatum: 21 april 753 v.C.

De Sabijnse maagdenroof.

De bouw van de stad vorderde snel. De muren waren klaar en iedereen had een huis voor zichzelf gebouwd.  Daar zaten dan al die mannen in hun huizen. Pas nu kwamen ze tot de ontdekking dat er geen vrouwen waren in de stad. Zonder vrouwen echter zou de stad niet lang kunnen blijven bestaan.

Sabijnse maagdenroof
De Sabijnse maagdenroof

Wat nu? Ze wendden zich tot Romulus. Als stichter en koning moest hij ervoor zorgen dat ze vrouwen kregen en dat ze zo  nakomelingen konden krijgen.  Romulus stuurde gezanten naar de stammen in de omgeving met het verzoek of ze bereid waren voor hun dochters huwelijksverdragen te sluiten met de Romeinen. De vaders voelden er echter helemaal niet voor om hun dochters uit te huwelijken met dat bijeengeraapt zooitje (ex)-landlopers.  Alleen een list kon nu nog uitkomst bieden.

Opnieuw zond Romulus gezanten. Nu met een vriendelijke uitnodiging om de plechtigheden en  en het feest ter ere van de officiële opening van de stad mee te komen vieren.

Daar hadden de naburige stammen wel oren naar. Want ze waren toch wel nieuwsgierig naar wat dat stel vrijbuiters tot stand had gebracht. Dus kwamen ze in grote getale op de betreffende dag naar Rome. Even buiten was een grote tribune gebouwd voor de feestelijkheden. De Romeinen hadden daar allemaal een plaatsje gezocht naast een mooi meisje. Het feest was in volle gang en iedereen had keek vol aandacht naar alles wat zich in de arena of op het podium afspeelde. Opeens werd er luid gefloten, alle Romeinen stonden ineens op, pakten het meisje waar ze naast waren gaan zitten vast, gooiden het over hun schouder en renden de stad binnen. Voordat de bezoekers – het waren bijna allemaal Sabijnen – goed en wel doorhadden wat er gebeurd was, waren de Romeinen met de geschaakte meisjes al in hun stad en hadden de poort gesloten.

Machteloos en verbijsterd zaten de Sabijnen daar. Machteloos, omdat ze ongewapend naar het plechtige feest gekomen waren. Knarsetandend en met de vaste wil om wraak te nemen keerden ze naar hun eigen steden terug. Enkele keren al hadden de buurvolken geprobeerd om Rome aan te vallen en hun dochters terug te halen. Rome echter was veel te sterk voor hen afzonderlijk. Eerst zouden ze een sterke bondgenoot moeten vinden. Deze vonden ze uiteindelijk in Titus Tatius, koning van de machtigste stam van de Sabijnen en een even groot leider als Romulus.

Al met al was er al een jaar verstreken voordat het grote Sabijnse leger zijn kamp opsloeg voor de muren van Rome. Intussen had Romulus ook niet stil gezeten en had de Capitolijnse heuvel, een hoge rots die de toegang tot de stad beheerste omgebouwd tot een onneembare vesting. Binnen die burcht had de bevolking en het leger zich teruggetrokken en wachtte op de dingen die komen zouden.

Tarpeia

De hellingen van de Capitolijnse heuvel waren zo steil dat het onmogelijk was die te bestormen. Er moest dus iets anders bedacht worden. Koning Titus Tatius loofde een beloning uit voor wie een bruikbaar idee had. Al spoedig meldde zich één van zijn mannen bij de koning en zei: “Ik geloof dat er wel een manier is om op die burcht te komen. Vanmorgen zag ik een meisje een steil, rotsachtig pad afkomen om in een bron water te halen. Ze schrok wel toen ze me zag, maar ik wist haar gerust te stellen en maakte een gezellig praatje met haar. Ze vertelde me dat ze Tarpeia heette en dat ze het leven op de burcht maar afschuwelijk vond en dat ze liever een rijke, deftige dame wilde zijn. Ik zei dat ik haar daarmee misschien wel zou kunnen helpen.

Tarpeische rots
De Tarpeische rots
En dat als ze mij en mijn vrienden vanavond zou willen toelaten op de burcht, daar een grote beloning tegenover zou staan. Ze vroeg me of alle Sabijnen zo’n zware gouden armband droegen aan de linkerarm. Ik bevestigde dat en zei tegen haar dat ze alles zou krijgen wat we aan onze linkerarm zouden dragen als ze ons vanavond binnenliet. Goed zei zij ik zal een uur na zonsondergang bij het poortje op jullie wachten. Waar het meisje niet aan dacht is dat wij aan onze linkerarm ook onze zware schilden dragen als we naar boven gaan.”  “Goed zo”, zei de koning, “ik houd ook niet van verraders, maar het is toch wel makkelijk.” Toen de Sabijnen ’s avonds boven kwamen en Tarpeia het poortje opende, gooiden de Sabijnen als beloning al hun zware schilden op het meisje dat daardoor ter plekke omkwam. Vlakbij het punt waar dit gebeurde was een steile rotshelling, die voortaan de naam droeg: “Tarpeïsche rots”, waar in het vervolg alle andere landverraders vanaf gegooid werden. 
Oorlog met de Sabijnen
De stoet van vrouwen tussen beide legers in

Het einde van de oorlog.

Maar de Sabijnen waren nu wel in de burcht.  Er dreigde een geweldige strijd te ontbranden. Maar nog voordat de strijd kon ontbranden naderde een lange stoet vrouwen, sommigen al met baby’s op de arm en ging tussen beide legers in staan. Het waren de Sabijnse meisjes of liever de Romeinse vrouwen, om wie alles begonnen was.  Voorop de vrouw van Romulus, die de legers toesprak: “Vaders, broers en echtgenoten, beseft wat jullie doen! Houdt op met deze strijd! Als jullie toch willen vechten, doodt ons en de baby’s dan eerst! Want als de Romeinen winnen, verliezen wij onze vaders en broers, maar als jullie Sabijnen winnen verliezen wij onze mannen, die wij toch zijn gaan waarderen en liefhebben. Dat moest ook wel want het duurde een jaar voordat jullie wat ondernamen.”

Het duurde even, maar toen legden Romulus en Titus Tatius hun wapens neer en drukten elkaar de hand. Ze sloten een verbond en spraken af dat ook de Sabijnen voortaan in Rome zouden komen wonen. Dan waren ze dicht bij hun dochters en kleinkinderen. Romulus en Titus Tatius heersten daarna samen in grote eendracht over de stad Rome en brachten haar welvaart en vrede.