-->
![]() |
|
![]() |
Geschiedenis van Rome: Leven en wonen van de Romeinen |
||
Het leven van de Romeinen
|
||
De straten in Rome waren niet verlicht. Daarom was het erg gevaarlijk om in het donker op straat te zijn. Het dagelijks leven van de Romein speelde zich dan ook af tussen zonsopgang en zonsondergang. De keizers en andere rijke mensen hielden zo nu en dan wel grote eet- en drinkfeesten die tot diep in de nacht duurden. De dag duurde bij de Romeinen van zonsopgang tot zonsondergang. Deze periode hadden ze gewoon in twaalf uren verdeeld, zes voor en zes na de middag. In de zomer begon het eerste uur rond half vijf 's morgens en eindigde het laatste rond half acht 's avonds. In de winter echter duurde de dag maar van rond half acht 's morgens tot rond half vijf 's avonds. De uren waren in de winter dus korter dan in de zomer. Met een schamel ontbijt (stukje brood en een slok water) begon direct met zonsopgang de dag voor de Romeinen. De rijke Romeinen hadden dan eerst de ontvangst van hun cliënten. Deze cliënten begonnen hun dag met in hun mooie pak (toga) naar hun patroon te gaan. Daarna ging ieder naar zijn werk (als hij dat had). Aan het eind van het zesde uur had men lunchpauze, de lunch stelde ook niet veel voor (brood, wat kaas en/of een worstje), daarna werkte of las men nog wat, hield een korte siësta en ging naar de thermen om te sporten, baden en vrienden of relaties te ontmoeten. Rond het negende uur ging men naar huis voor een uitgebreide maaltijd. Zo verliepen de werkdagen voor een doorsnee Romein. Maar op de feestdagen ging het er heel anders aan toe, dan waren er wagenrennen gladiatorenspelen en andere festiviteiten. |
||
Hoe woonden de Romeinen? |
||
De arme Romein |
||
![]() Reconstructie van een insula |
De meeste Romeinen konden zich geen losstaand huis (domus) veroorloven. Zij moesten het doen met "appartementen" in een soort flatgebouw (insula). Een arm gezin moest het doen met één of twee kamers, een rijker gezin kon zich misschien wel een drie- of vier-kamerappartement veroorloven. Waterleiding was er in de insula niet. Water halen moest je doen bij de bron op de hoek van de straat. Wassen deden de mensen zich in een waskom en gooiden het vuile water door het raam naar buiten. Naar het toilet gaan kon ook niet in de insula, daarvoor moest je naar het openbare toilet of 's nachts op de pot. Ook al leefden de Romeinen grotendeels op straat, voor het avondeten ging men toch naar binnen. Dus op die kamertjes moest ook gekookt worden. Dat gebeurde op een soort komfoor met houtskool. Aparte keukens had je in de insula niet, dus koken moest ook in de kamer en de rook moest door het open raam naar buiten. |
|
![]() Openbaar toilet te Ostia |
![]() Een insula in Ostia, de havenstad van Rome
Bij alle insulae bestaan de benedenverdiepingen uit winkeltjes, hier en daar slechts onderbroken door trappen naar de andere verdiepingen. Verder lag er in het midden een centrale hof, zodat ook de kamers aan de binnenkant een raam naar buiten hadden. Ook in het Rome (en vele andere plaatsen) van nu, zie je nog veel gebouwen die volgens het zelfde principe gebouwd zijn, ook met winkeltjes op de begane grond. |
|
De rijke Romein |
||
| Rijke Romeinse families leefden heel anders dan de armen. Zij woonden in een domus. Dit waren grote tot heel grote woningen, waar je met één familie in woonde. Aan de straatkant hadden ook veel domus een of twee ruimtes verhuurd aan winkeliers. Sommige domus waren zo groot dat ze een heel "huizenblok" besloegen.De Romeinse domus was naar binnen toe gebouwd, aan de buitenmuren zaten geen ramen, of hoogstens een kleintje, zo hield je meteen ook mooi inbrekers buiten. Om toch licht en lucht binnen te krijgen, waren de kamers in een domus gegroepeerd rond een "binnenplaats" en een tuin. Groot of klein de Romeinse domus was altijd volgens hetzelfde grondschema gebouwd: |
||
|
||
![]() De ingang van een domus. ![]() Cave canem (Pas op voor de hond) |
Bij veel domus lag de ingang niet direct aan de straat. Eerst kwam je in soort portiek (vestibulum). Soms bevond zich hier een vloermozaïek dat de bezoeker welkom heette of waarschuwde voor de hond (cave canem), die al of niet aanwezig was. Hele rijke mensen hadden naast het portiek een kamertje, waar een portier zat, bij wie je je moest melden. De grote houten deur, die uit twee vleugels bestaat, gaat knarsend en piepend open. De deurvleugels gaan naar binnen open en draaien om pinnen die aan de boven- en onderkant van de deuren zijn bevestigd. De deuren konden worden afgesloten met een grote ijzeren of houten grendel. Deze deur (ianua) was de enige ingang tot het huis en was dan ook het voorwerp van angstig bijgeloof. Hierdoor kon namelijk niet alleen het goede naar binnen, maar ook het kwade of iemand met het "boze oog". Een heel slecht voorteken was het ook als iemand bij binnenkomst over de drempel struikelde. Op de deur of direct achter de deur waren dan ook vaak allerlei symbolische voorstellingen geschilderd, die het kwaad moesten afweren en voorspoed aan het huis moesten brengen. De twee vertrekken of ruimtes naast het portiek hadden vaak geen ingang naar binnen, maar waren naar de straat toe open. Deze werden dan verhuurd aan winkeliers. Soms had een van de familieleden zelf een winkel, dan was er ook een smalle doorgang naar het huis. Waren er geen openingen naar de straat, dan werden ze gebruikt als extra kamers, bijv. voor het dienstpersoneel. Ben je door de deur heen dan kom je via een gangetje (fauces) in een vertrek dat atrium genoemd werd. Het atrium hield het midden tussen een grote hal en een binnenplaats. Het had een hoog plafond met in het midden een rechthoekig gat (compluvium). Dit was in de eerste plaats bedoeld om licht en lucht binnen te laten, want ramen waren en niet of nauwelijks. Maar als het regende kwam natuurlijk ook het regenwater door dat gat naar binnen. Om dat water op te vangen was onder het gat in het plafond middenin het atrium een bassin (impluvium) gemaakt. |
|
Als je het atrium binnenkwam, lag daar recht tegenover de ingang het belangrijkste vertrek van het huis: de ontvangst- en werkkamer (tablinum) van de heer des huizes (pater familias). 's Zomers had je hierdoor meteen een prachtige doorkijk op het peristylium daarachter, maar 's winters was het afgesloten met een houten schot. Daarom had je naast het tablinum meestal nog een gangetje naar het peristylium, waar vaak de keuken en dienstvertrekken lagen. |
![]() Een atrium |
|
![]() Twee Laren met de offerende heer des huizes |
- het lararium: het huisaltaar van de huisgoden van de familie. Aan deze goden werd iedere ochtend geofferd. De huisgoden bestonden uit lares en penates. De lares familiares waren de geesten van de voorouders, die het huis beschermden tegen de kwade geesten en het huiselijk geluk moesten bewaken. Tussen hen in staat vaak afgebeeld de genius ("beschermgeest") van de heer des huizes. De penates bewaakten de provisie kast, waarin al het voedsel was opgeslagen. Vooral 's nachts moesten zij ervoor zorgen dat er niets gestolen werd. | |
![]() Een Romeinse geldkist - de ontvangkamer (tablinum): hier werkte de heer des huizes en ontving hij zijn gasten. Hier bewaarde hij zijn belangrijke papieren en regelde hij zijn financiën. Daarom stond hier dan ook de geldkist. |
- slaapkamers (cubicula) : dit waren eenvoudige kamertjes, met niet meer dan een bed, een po van aardewerk en soms een tafel en een stoel. De kamers werden gesloten met een gordijn.
Reconstructie van een Romeins bed |
|
|
||
![]() Een (zomer)triclinium (restaurant) |
- de eetkamer (triclinium) : omdat de Romeinen niet aan tafel zaten, maar aanlagen, bestond de eetkamer altijd uit drie aanligbedden, die gegroepeerd stonden om een rond tafeltje. De vierde zijde, die aan de deurkant, bleef natuurlijk open, zodat de slaven het eten konden opdienen en de mensen bedienen. De houten of stenen aanligbedden, liepen omhoog naar het tafeltje toe en boden elk plaats aan 3 personen. Voor het comfort lagen op de banken matrassen en kussens. Op het tafeltje in het midden stond het eten. Soep aten de Romeinen met een lepel. De Romeinen aten verder met hun vingers, het vlees werd voorgesneden door de slaven. Om hun vieze vingers af te spoelen gingen de slaven regelmatig rond met kommetjes water, waarin rozenblaadjes waren gedaan. |
|
| Kwamen er gasten, dan dienden de slaven ervoor te zorgen dat er schone linnen kleden over de kussens op de sofa lagen en zij moesten de voeten van de gasten wassen bij hun binnenkomst. Er is een opschrift op een muur van een eetkamer gevonden, waarop de heer des huizes enige richtlijnen geeft voor de gasten: - werp geen wellustige blikken op andermans vrouw en flirt niet. - wees niet ruw in de conversatie. - beheers uw boosheid en spreek geen kwetsende taal - Bent u daartoe niet in staat, keer dan naar uw eigen woning terug. Hieruit blijkt wel dat Romeinse mannen en vrouwen samen aan tafel gingen of lagen. Een triclinium bevond zich dus zowel in atrium (winter) als in het peristylium (zomer). |
![]() Romeinen aan tafel aanliggend |
|
![]() Een fornuis in de keuken |
- de keuken (culina): de meeste keukens waren kleine ruimtes met een fornuis, een tafel en misschien wat planken aan de muur. Het fornuis bestond uit een rechthoekige tafel van metselwerk, met een gewelfde ruimte daaronder, waarin houtskool en spaanders hout lagen. Bovenop het fornuis lag de gloeiende houtskool waarop direct in een ijzeren pot, of op een drievoet of op een rooster het eten klaargemaakt werd. Voorzover bekend waren er geen schoorstenen en moest de rook gewoon door het raam ontsnappen. |
|
| - het toilet ( latrina), het toilet bevond zich vaak bij of in de keuken, zodat dezelfde afvoer gebruikt kon worden. Het toilet was een soort houten doos met een gat erin (model openbaar toilet te Ostia, maar dan eenpersoons ). Als toiletpapier gebruikten de Romeinen een spons op een stok, gedrenkt in koud water. De rijkste huizen hadden een doorspoelsysteem met stromend water, de anderen moesten doorspoelen met een emmer water, naar een beerput of naar het riool. Ook keukenafval ging "door het toilet". |
||
Vloerbedekking en wandbekleding bij de Romeinen. |
||
| - De vloeren van in elk geval de belangrijkste vertrekken waren bedekt met mozaïeken. Van zwart-wit tot de meest prachtige kleuren. - De muren waren bedekt met fresco's. Deze schilderde men op een net gepleisterde muur, die nog vochtig was. Ze hadden natuurlijk nog geen synthetische verven en moesten het doen met de kleuren uit de natuur: zwart van roet, wit van kalk, rode en gele oker van aarde. Toen het Romeinse rijk groter werd leerden ze ook andere kleuren kennen uit verre landen: Egypte, Spanje en India. Zo kon je alleen al aan de kleuren op de muren zien hoe rijk de bewoner was. |
||
![]() Mozaiek van een ongeveegde vloer na het eten De geboorte van Venus |
![]() Een nepraam |
|
Navigatie op de site : |
| HOME |
| Roma Antica home |
| Roma Moderna home |
| Palatinus |
| Plattegrond Palatinus |
| Geschiedenis van Rome |