-->
![]() |
|
![]() |
Rome rione X Campitelli: S. Francesca Romana (S. Maria Nova) |
|
Deze kerk stond oorspronkelijk bekend als S. Maria Nova, gesticht door paus Leo IV in het jaar 850 bij en op de ruines van de Tempel van Venus en Roma. S. Maria Nova genoemd omdat de eerder bestaande kerk S. Maria Antiqua - in de 4e eeuw gebouwd in een Aula van keiwerlijke paleizen - drie jaar tevoren onder puin bedolven was door een aardbeving. De S. Maria Nova werd volgens de overlevering gebouwd op de plaats waar Simon de Magiër S. Petrus uitgedaagd had met zijn magische kunsten. (zie onderaan) Tegen de kerk werd een klooster gebouwd waarvan in de loop der tijd verschillende ordes gebruikt gemaakt hebben, maar dat nu ook het Antiquarium Forense. |
|
|
|
Kerk S. Francesca Romana (voorheen S. Maria Nova) |
|
![]() S. Francesca |
De kerk S. Maria Nova kreeg definitief de naam S. Francesca Romana na haar heiligverklaring op 29 mei 1608 door paus Paulus V. Francesca werd geboren te Rome in 1384 als telg van de adellijke familie De Buxis. Op zeer jonge leeftijd (12 of 15 jaar) trouwde zij op wens van haar vader en voor het belang van de familie met de rijke edelman Renzo de' Ponziani, maar haar enige gedachte was het doen van goede werken, daarin gevolgd door haar schoonzus Vanozza. Zo werd "Casa Ponziani" een terfpunt voor de armen en hongerigen waaraan zij het hele familievermogen besteedde. Zij was dan ook zeer geliefd in Rome en werd liefkozend "Ceccolella" (Francescaatje) genoemd. Natuurlijk leidde dit tot grote conflicten met haar man en zwager, totdat zij drie zonen ter wereld bracht, waarvan er slechts één in leven bleef, Battista. Na de dood van haar man in 1436 trok Francesca zich terug in het klooster Tor di Specchi, waar zij in 1425 de orde van de zusters Oblaten van Monte Oliveto had gesticht en gaf sindsdien leiding aan de orde. In 1440 keerde zij terug naar huis om haar zoon die aan de pest leed bij te staan, maar nadat hij genezen was, werd zijzelf ziek en moest dus noodgedwongen in "Casa Ponziani" blijven om te genezen. Maar enkele dagen later stierf zij op 9 maart 1440 en werd begraven in de kapel van de Tor di Specchi. S. Francesca werd de patrones van de stad Rome en vanaf 1951 was zij ook de beschermheilige van de auto's. Op haar sterfdag en feestdag 9 maart staan er dan ook bij de S. Francesca Romana lange rijen auto's om gezegend te worden. Ze is ook nu nog één van de belangrijkte heiligen voor de bevolking van Rome. |
Op 29 mei 1608 werd ze heilig verklaard. Normaliter wordt het lichaam van de heilige dan naar een altaar verplaatst. Echter, haar stoffelijk overschot was zoekgeraakt. Na een dertig jaar lange zoektocht werden haar relieken teruggevonden. Op 9 maart 1649 werd ze opnieuw begraven. |
![]() Het skelet van S. Francesca Romana |
| De kerk S. Francesca Romana In de 17e eeuw onderging de kerk grondige restauraties, waaronder de bouw van huidige facade, een werk van Carlo Lombardi (1615). De kerk met zijn kloostercomplex beslaat een deel van het gebied van de Tempel van Venus en Roma, twee ruggelings geplaatste cella's met absis. Die van de cella van de godin Roma is zichtbaar binnenin in het klooster. Het klooster bewaart aan de zijde van de via dei Fori Imperiali nog het middeleeuwse aanzien, met muurgedeeltes uit verschillende periodes. Bovendien heeft men vanaf deze kant het beste zicht op de zeer mooie romaanse klokkentoren, die teruggaat op paus Alexander III (1159 - 1181). De klokkentoren bewaart nog vele porfieren kruisen en ronde veelkleurige schijven van aardewerk van Arabische oorsprong die de toren van verre laten schitteren, zoals vele andere klokkentorens in de stad. Aan de kant van de Palatijn daarentegen is het klooster een reconstructie gemaakt in neo-klassieke stijl door Giuseppe Valadier in 1816, waarbij hij onder andere een middeleeuwse toren die aangebouwd stond tegen de boog van Titus (door Valadier meer gereconstrueerd dan gerestaureerd) heeft afgebroken. Het inwendige van de kerk bestaat uit één schip met zijkapellen, heeft een plafond met 18e eeuwse cassetten, terwijl het plaveisel, met name in het transept, een deel van het oorspronkelijke Cosmaten-ontwerp behouden heeft. In de ingangsruimte aan de zijkant van kerk bevinden zich twee 15e eeuwse grafmonumenten, werken van Paolo Taccone en Mino del Reame. De confessio is naar een ontwerp van Bernini (1644 - 1649) versierd met kostbare zuilen. Vanuit het presbyterium kan men de erachter gelegen crypte bereiken, waar het grafmonument van S. Francesca Romana is, een 19e eeuws bouwsel van Andrea Busin Vinci (1867-1869). |
|
| Boven het hoogaltaar een kostbare Madonna met Kind uit de 12e eeuw (foto linksonder) volgens de overlevering afkomstig uit het Heilige Land. In de absis een mooi mozaiek met Madonna en Kind tussen de Ss. Jacobus, Johannes, Petrus en Andreas, uit 1611. In de rechtertransept ziet men de zogenaamde Silices Apostolici, basalten stenen van de Via Appia die de afdrukken van S. Petrus bewaren, verbonden met de legende van Simon de Magiër. Hier zouden de knieafdrukken zijn achtergebleven van S. Petrus (foto rechtsonder), toen hij bad tot de Heer om de vlucht van Simon de Magiër te doen mislukken en inderdaad viel en stierf die op geringe afstand. Achterin het linkertransept zijn in de sacrestie werken van groot belang te vinden. Waaronder vooral de Glykophilousa, een zeer kostbare ikoon van de Maagd Maria uit de 5e of 6e eeuw; teruggevonden in 1949 onder afbeelding boven het hoogaltaar gedurende een restauratie en waarschijnlijk afkomstig uit de S. Maria Antiqua. |
|
![]() Het hoogaltaar met de 12e eeuwse Madonna met kind |
![]() De voet- (of knie-)afdrukken van Petrus |
Navigatie op de site : |
| HOME |
| Roma Antica home |
| Roma Moderna home |
| Campidoglio nu |
| Capitolinus vroeger |
| Plattegrond Campidoglio nu |
| Plattegrond Capitolinus vroeger |
| Rione X Campitelli home |