-->
![]() |
|
![]() |
Rome Vaticaanstad: de Pauselijke Zouaven |
“De vijand heeft zijn zwaard gewet / Om Pius neer te slaan / Doch eerst zal zijne bajonet / Ons door het harte gaan.” Dit hoogdravende ‘rijmvers', dat “vurig en vlijtig” moest worden gezongen, is een citaat uit het lied “De Vlaamsche Zouaaf”. Dat werd in 1869 in de stad Mechelen uitgegeven. Op de titelbladzijde van de partituur poseert een zoeaaf met de bajonet in de hand, met op de achtergrond een panorama van Rome en de alles dominerende koepel van de Sint-Pietersbasiliek. Deze tekst en prent illustreren perfect het ‘zoeavenfenomeen'. De zoeaven vormden het pauselijke leger dat in de jaren 1860-1870 de Pauselijke Staten moest verdedigen in de strijd voor de eenmaking van Italië. Zoals in heel continentaal Europa werden ze ook in Vlaanderen/België/Nederland gerekruteerd in veelal bescheiden, maar soms ook toonaangevende katholieke families, zoals bijvoorbeeld de Hemptinne. In totaal gingen zo'n 1.600 Belgen in op de ‘roep van Pius IX'. Dat een lied als “De Vlaamsche Zouaaf” bij de wervingscampagnes een rol speelde, staat buiten kijf. “De Vlaamsche Zouaaf' is maar één van de vele liederen die in die periode zijn geschreven en getoonzet. Via verzamelaar Robert Versteele verwierf het Documentatie- en Onderzoekscentrum voor Religie, Cultuur en Samenleving KADOC in Leuven er recent een tiental, met titels als “Marche des Zouaves”, “Pauselyke Zouaafs Refrein”, “Neen! De Pausen sterven niet” en zelfs een “Testament d'un volontaire pontifical”. Ze zijn een mooie aanvulling op de zoeaven memorabilia die KADOC nu al bezit. Op de website van het centrum (zie onderaan deze tekst) vind je een aantal ingescande partituren die je kan downloaden. De vrijwilligers in pauselijke dienst streden voor het behoud van de Kerkelijke Staat onder Pius IX ten tijde van het Risorgimento (1848–1870). De nederlaag van de Zouaven bij Castelfidardo (1860) deed vrijwilligers uit geheel West-Europa, vooral uit Nederland, naar Italië stromen. Zij bleven actief tot de val van Rome (1870). De allereerste Zouaveneenheid bestond aanvankelijk uit ongeveer 200 Zuauas, jonge Kabylische Berbers die als hulptroepen het Franse leger in Algerije ondersteunden. Later werden inheemse hulptroepen ondergebracht in regimenten Spahis (cavalerie) of Tirailleurs Algériens ofwel 'Turcos'. Zouaven werden enkel nog geworven onder jonge Fransen in de kolonie. De kleding bleef, om de afkomst van het regiment te onderstrepen, een typisch uiterlijk behouden. Via overname door het Franse leger groeiden de Zouaven al vóór 1840 uit tot een keurtroep van drie regimenten. Zij verwierven een geduchte reputatie in de Krimoorlog en gedurende de Frans-Duitse Oorlog. Hun exotische uitmonstering met wijde broek en rode fez (chechia) bleef tot in de Eerste Wereldoorlog gehandhaafd. Pas in 1962 werd de laatste Zouaveneenheid opgeheven. Met de onafhankelijkheid van Algerije was de rekruteringsgrond voor de Zouaven weggevallen. In het Nederlands taalgebied is het regiment Zuavi Pontifici ("Zouaven van de Paus") het bekendst. Dit bestond uit katholieke vrijwilligers die onder de regering van paus Pius IX de Kerkelijke Staat verdedigden tegen de aanvallen van Victor Emanuel II en Giuseppe Garibaldi. Deze paus had een oproep aan de gehele katholieke wereld gedaan om jonge, ongehuwde mannen te sturen om hem bij te staan en de dreigende verwoesting van Rome te voorkomen. De snit van hun uniformen was bijna gelijk aan die van de Franse zoeaven, zij het dat tuniekjasje en broek waren uitgevoerd in grijs met rode biezen. Als hoofddeksel droegen de pauselijke troepen een kepie - een fez werd gezien als tè islamitisch voor de katholieke strijders. In totaal telde het regiment ongeveer 11.000 man, waaronder 3.181 Nederlanders (het merendeel), 2.964 Fransen, 1.634 Belgen (voornamelijk Vlamingen), 700 Italianen en 500 Canadezen. Van 1861 tot 1866 probeerden de Zouaven Garibaldi's troepen te verjagen of binnenlandse onlusten te onderdrukken. Eind 1866 werden de Franse troepen, die tot dan de Zouaven hadden ondersteund, uit Rome weggehaald. Onmiddellijk steeg het aantal Italiaanse aanvallen. De Zouaven maakten zich verdienstelijk in Montelibretti en later ook in Monte Rotondo. Dit kon echter niet voorkomen dat de toestand zodanig verslechterde dat de Fransen genoodzaakt waren om weer troepen te sturen naar Italië. De Franse legers en de Zouaven versloegen Garibaldi op 5 november 1867 te Mentana, wat de situatie zou doen stabiliseren tot in 1870. Op 5 augustus 1870 riep Frankrijk zijn troepen terug, omdat het zojuist de oorlog had verklaard aan Pruisen. Toen na de Val van Sedan op 1 september 1870 het Tweede Franse Keizerrijk ineenstortte, had Italië niets meer te vrezen van het Franse leger en besloot het om op 9 september massaal de Pauselijke Staten binnen te vallen. De Val van Rome op 20 september 1870 kon door de overrompelde pauselijke troepen niet meer worden voorkomen. Een dag later werd het pauselijk leger van de Zouaven ontbonden en werden de soldaten huiswaarts gestuurd. Van de 1.634 Belgische zouaven worden de verliezen geschat op ongeveer 120 man, een twintigtal tijdens de gevechten en de rest door ziekte of ongeval. De Nederlanders gingen eerst naar Amsterdam, het aanmeldpunt, en vervolgens naar de West-Brabantse plaats Oudenbosch, het verzamelpunt. De pastoor van Oudenbosch, pastoor Hellemons, bijgenaamd de "Zouavenpastoor", bood een groot aantal van hen onderdak in Pensionaat Saint Louis om daar voor hun uitzending naar Rome een eerste oefening te ondergaan. Daarna vertrokken ze per trein naar Marseille. De Zouaven waren de pauselijke zaak weliswaar volledig toegewijd en goed gemotiveerd, maar ze bleken onvoldoende getraind en moesten uiteindelijk, geconfronteerd met een Italiaanse overmacht, de strijd staken. Veel van de naar Nederland terugkerende Zouaven raakten bovendien hun staatsburgerschap kwijt, omdat ze in vreemde krijgsdienst waren getreden zonder hiervoor toestemming aan koning Willem III te vragen. Als blijvende herinnering aan de Zouaven bouwden de Oudenbosschenaren onder de leiding van pastoor Hellemons de Basiliek van de H.H. Agatha en Barbara, een nabootsing van de grote Sint-Pietersbasiliek te Rome, met een standbeeld van de Zouaven op het voorplein. In de jaren van het Rijke Roomsche Leven, pakweg de eerste helft van de twintigste eeuw, zouden veel oudstrijders met hun aanwezigheid in Zouavenuniform hoogmissen en processies blijven opluisteren. De laatste Nederlandse Zouaaf overleed kort na de Tweede Wereldoorlog. De herinnering aan de Zouaven wordt door enkele Oudenbosschenaren levend gehouden, doordat zij in een Zouavenuniform kerkelijke vieringen opluisteren. Verder is er een Zouavenmuseum in Oudenbosch, gevestigd in het oude gemeentehuis aan de Markt. Een andere verwijzing naar de Zouaven is de gelijknamige voetbalvereniging van Lutjebroek. Deze vereniging dankt haar naam aan een als Zouaaf omgekomen plaatsgenoot. In Tilburg bestaat de Zouavenlaan. Ook enkele zijstraten daarvan zijn naar Tilburgse Zouaven genoemd, namelijk het Antoine Artsplein, de Luitenant Wilsstraat de Luitenant Looijmansstraat en de Baron van Lamsweerdelaan. |
| Bezienswaardigheden: |